Samen van waarde

Column: de arrogantie van de professional?

Al vele jaren werken wij samen met burgerinitiatieven. Deze burgerinitiatieven zijn bijvoorbeeld ontstaan om de leefbaarheid in een dorp of wijk te verbeteren of het zorg- en welzijnsaanbod in stand te houden of te vernieuwen. Vaak zijn deze burgerinitiatieven georganiseerd in een (dorps)coöperatie model, soms is een initiatief van burgers in een andere juridische organisatievorm  weggezet. Het is dus vaak goed georganiseerd.

Persoonlijk heb ik een rotsvast vertrouwen in deze initiatieven, ook waar het gaat om de lange termijn. Telkens weer moet ik echter dit vertrouwen in burgerinitiatieven verdedigen wanneer ik in contact ben met bijvoorbeeld andere professionals van organisaties of financiers van zorgverlening. Ik stel dan altijd consequent de vraag omgekeerd; hoeveel vertrouwen kunnen burgers hebben in duurzame inzet (ook op het platteland) van professionele zorgorganisaties? Vaak blijft die vraag onbeantwoord.

Hoe lang duurt het nog voordat alle professionals/organisaties en overheden echt zien wat burgers samen bereiken  (en vaak zonder inzet van professionele ondersteuning)? En durven we dan echt los te laten? Gaan we dan oprecht op zoek naar hoe een verbinding vanuit gelijkwaardigheid tussen burgerkracht en professionele kracht leidt tot nieuwe mooie resultaten? Wat houdt ons daar eigenlijk nu al in tegen?

Vorige week ontving ik een schrijven van een professional die graag wilde werken op het snijvlak van burgerkracht en professionele kracht.  Zij schreef, naar ik verwacht met goede bedoelingen, wat ze allemaal aan professionele ondersteuning zou gaan inzetten voor dit initiatief van inwoners van een dorp. Daarmee slaat ze naar mijn idee de plank volledig mis. Immers, wie zijn wij als professionals om op voorhand te weten of- en welke hulp mensen nodig hebben? Wat maakt dat we als professionals zo gemakkelijk in deze valkuil blijven stappen?

Ik blijf, bijna dagelijks gesteund door nieuwe ervaringen met burgerkracht, mijn vertrouwen geven aan mensen die iets voor anderen willen betekenen in de gemeenschap waarin ze leven.  Niet omdat ik naïef ben, maar omdat ik in de dagelijkse praktijk zie wat er door inwoners van wijken en dorpen bereikt wordt. In alle dorpen en wijken waar wij werkzaam zijn en burgerkracht georganiseerd is, zijn op dit moment meer vrijwilligers beschikbaar dan dat er hulpvragen zijn. In alle situaties is er door inwoners een “loketfunctie” georganiseerd waar mensen met (hulp)vragen terecht kunnen en de hulpvraag met inzet van vrijwilligers wordt opgelost en meteen aan de hulpvrager wordt gevraagd wat hij of zij voor anderen kan betekenen.  Prachtig toch? Ik zal dit blijven ondersteunen, maar dan vooral door vertrouwen te geven en alleen pas actief te ondersteunen wanneer daarom wordt gevraagd en er geen andere dan professionele oplossingen zijn.

Roeli Mossel, directeur- bestuurder NNCZ